Door het Amsterdam van Remco Campert

Remco Campert werd geboren in Den Haag, maar werd in de loop van zijn leven steeds meer een echte Amsterdammer. Langs zijn huizen en de cafés die hij graag bezocht is er nu een literaire wandeling. Die loopt rond het Leidseplein, langs het Museumplein en door het Vondelpark.

Tekst en foto’s: Aat van der Harst

Mijn wandeling begin ik op het Leidseplein met in mijn handen het boekje Amsterdammer? Hoe zou dat voelen? Dit wordt mijn gids langs plaatsen uit het leven van Vijftiger Remco Campert.

Naast poëzie schreef hij meerdere romans en novellen, waaronder Het leven is vurrukkulluk. De stad Amsterdam is de plek van zijn romans, verhalen, columns en gedichten. Hij woonde rond het Leidseplein en de buurt van het Museumplein. Hij overleed in 2022.

Ik begin mijn stadswandeling bij het Leidseplein voor Café Americain, de huiskamer van Amsterdam. Hier kon je Harry Mulisch vaak aantreffen, die om de hoek woonde op Leidsekade 103. Even verderop is de Stadsschouwburg. Er tegenover op het terras van Café Reynders drink ik een koffie.

Hier ontmoette Campert andere experimentele dichters zoals Lucebert, Bert Schierbeek, Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg en Simon Vinkenoog. Later was hun ontmoetingsplek kunstenaarssociëteit De Kring aan het Kleine-Gartmanplantsoen. Ik wandel via dat plantsoen naar Kerkstraat 15, waar Campert van 1952 tot 1955 woonde samen met zijn eerste grote liefde Freddy Rutgers.

Via het Max Euweplein ga ik naar het Museumplein en verder naar de Van Eeghenlaan 7. Hier woonde Campert in 1950 op een kamer in het huis van mede-Vijftiger Bert Schierbeek. Het huis kijkt uit op het park en hier speelt zich Het leven is vurrukkulluk (1961) voor een groot deel af.

Ik loop door het park en over de Diaconessenbrug naar Valeriusplein 15, waar nu nog steeds het Amsterdams Lyceum zich bevindt. In 1946 zat Campert hier in de redactie van schoolkrant Halo, waarvoor hij strips, gedichten en verhalen schreef. De wandeling leidt dan via de Van Breestraat naar het Concertgebouw en langs de mooie boekhandel Martyrium naar de Van Miereveldstraat 1. Hier huist sinds 1945 uitgeverij De Bezige Bij, waar bijna alle boeken van Campert verschenen.

Om de hoek staat op de muur een deel van het gedicht Iemand stelt de vraag met daarin de regels:Verzet begint niet met grote woorden, maar met kleine daden”. Hier eindigt de wandeling die me in Amsterdamse straten bracht waar ik nooit was.

Remco Campert Gedicht op de muur

Door het Berlijn van Bertolt Brecht

Ik heb de smaak te pakken gekregen. Het is tijd om weer eens naar mijn favoriete Europese stad Berlijn te gaan. Ik wandelde hier al eerder langs sporen van de Berlijnse Muur en verdiepte me in de voormalige DDR en wat er nog te vinden was van de scheiding van de stad die tot 1989 duurde. Ik hoef niet lang na te denken over een literaire wandeling in Berlijn.

Mijn favoriete toneelschrijver is al heel lang Bertolt Brecht. Ik ga onderzoeken welke plekken er nog zijn die aan hem en zijn toneelstukken herinneren. In Amersfoort pak ik de trein en zes uur later sta ik op Berlin Hauptbahnhof. Ik verlaat het station aan de achterkant, dus niet aan de zijde met al die nieuwe gebouwen, ambassades en het Kanzleramt.

Ik aarzel of ik de metro zal nemen, maar besluit om te gaan lopen naar Wedding, een oude volkswijk waar ik nog niet zo vaak was. Meestal neem ik een hotel in Prenzlauer Berg of Kreuzberg, maar nu ga ik naar de arbeiderswijk Wedding, omdat Brecht hier vlakbij gewoond heeft. Ik leg mijn rugzak op bed in hotel Graf Pückler, een ouderwets gebouw waar vroeger missionarissen opgeleid werden. Tot mijn verrassing heeft mijn kamer een eigen balkon boven een weelderige tuin.

Ik heb inmiddels trek gekregen en loop de wijk Wedding in. Ik kom langs Turkse bakkertjes, 24-uurswinkels, tweedehandskledingzaken en dan op een plein met in het midden een fontein. Het water stroomt neer op het realistische beeld van een pianist. Het heeft iets heel humoristisch, dit beeld en deze fontein midden op het plein dat Nettelbeckplatz heet, zo zie ik op een naambordje.

Fontein Nettelbeckplatz

De volgende morgen wandel ik naar de Chausseestrasse, waar het Brecht-museum is. De gids vertelt over de vernieuwende theatervorm, het epische theater, die Brecht invoerde. Hij moest in 1933 vluchten toen in Duitsland de nationaalsocialisten aan de macht kwamen.

Als de gids het anti-oorlogsstuk “Moeder Courage en haar kinderen” noemt, herinner ik me de toneelvoorstelling waar we in de zesde klas samen met onze lerares Duits heengingen in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. We waren enorm onder de indruk van dit stuk. Mijn liefde voor theater begon hier en mijn interesse voor Brecht was blijvend.

Met de plattegrond uit het boek Brechts Berlin (zie ook onder) loop ik vervolgens door de stad. Naast het museum is het graf van Brecht. Ik waan me in de jaren twintig als ik sta voor het Theater am Schiffbauerdamm, waar enkele van zijn toneelstukken in première gingen. Hier staat ook een groot standbeeld van hem. Van schilders die er aan het werk zijn mag ik even binnenkijken in dit sfeervolle oude theater.

Sommige van de huizen en straten waar Brecht woonde zijn er niet meer door het zware bombardement tegen het eind van de oorlog. Toch zijn er nog veel plekken uit zijn leven wel terug te vinden. Ik wandel door Berlijn en voel me in contact met een boeiende literaire geschiedenis.

Regelmatig lees ik in een koffiezaakje of op een bankje in het boek over Brecht en leer over theater in de stad Berlijn in de “goldene zwanziger Jahre”. Dat was een tijd, waarin Berlijn de culturele hoofdstad van de wereld was. Tegelijkertijd was er veel armoe en waren er voortekenen van de catastrofale tijd die zou komen. Op elke hoek van de straat is de geschiedenis hier voelbaar.

De wandeling eindigt bij de plek waar ooit het Sportpalast stond, een grote sporthal waar Brecht onder de indruk was van een bokswedstrijd. Begin jaren dertig was dit een heel populaire sport. Toen Brecht na zijn emigratie na de oorlog terugkeerde naar Duitsland, ging hij wonen en werken in het oostelijks stadsdeel, in de toenmalige DDR.

Graf Bertolt Brecht

‘Dankjewel Aat, voor de inspiratie!’

Men zou een pleister op de vele wonden willen zijn

Tweemaandelijks schrijft Aat van der Harst, wandelcoach en verhalenverteller, over inspirerende wandelgebieden die je voor je wandelcoaching kunt inzetten. In Wandelinspiratie laat Aat je verrassende wandelroutes zien! Kom op nieuwe ideeën, wandel in een omgeving die je nog niet kent en ontdek mooie paden waar je je wandelcoachees mee naar toe wilt nemen.

‘Men zou een pleister op vele wonden willen zijn’, is een uitspraak van Etty Hillesum, die je vindt op een beeld in Hanzestad Deventer. Aat van der Harst wandelt er en neemt je mee door de stad met inspiratie voor je wandelcoaching.

Het bijna afgelopen jaar 2023 was het Hanzejaar. Aat wandelde ook door de Hanzesteden Lübeck en Wismar. Wie weet ga je er gewoon voor een mooie wandeling naar toe!

Tekst en foto’s: Aat van der Harst

Eerste route door Deventer: Het Bergkwartier

Aat: Bij de VVV van Deventer koop ik twee boekjes: Wandelen door het Bergkwartier en Wandelen door het Noordenbergkwartier.
Ik lees over Hanzesteden: rond 1100 sluiten groepen kooplieden, met de naam Hansa, zich aaneen om samen handel te drijven. In ons land liggen de meeste steden die zich aansluiten aan de IJssel. Hun bloei danken ze voor een groot deel aan de ligging aan deze rivier.

Deventer is dus een van deze Hanzesteden. Mijn wandeling begin ik bij het beeld van Albert Schweitzer op de Brink. Achter het beeld is een zogenaamde pronkgevel met de uitgebeelde deugden: Geloof, Hoop, Liefde, Voorzichtigheid, Kracht en Gematigdheid. Even verderop is de Deventer Koekwinkel van Bussink te zien, een mooi ouderwets winkeltje.

Deventer koek inspiratiewandeling Aat van der Harst

Ik loop verder naar de Waag. Dit gebouw speelde een grote rol in het handelsleven van de stad. Het is duidelijk dat dit van oudsher een handelsstad is. Ook het Dreiharingenhuis uit de Vlaamse hoogrenaissance om de hoek wijst erop. Vervolgens sla ik de Rijkmanstraat in en loop langs het huis De Golden Vijzel.
Al slingerend door smalle stegen kom ik uit bij de fraaie Bergkerk. In de voormalige Vrouwengevangenis in de Walstraat is nu een permanente expositie over leven en werk van Charles Dickens, aan wie ook elk jaar een festival wordt gewijd.

In het Voorster Gasthuis in de Roggestraat is het Etty Hillesum Centrum gevestigd. Hier is een expositie die in het weekend te zien is en er vinden activiteiten rond vrede, mensenrechten en samenleven plaats. Etty Hillesum woont van haar tiende tot haar achttiende in Deventer. Als ze het gymnasium heeft afgerond, verhuist ze naar Amsterdam. Na haar deportatie naar Westerbork komt ze in Auschwitz terecht, waar ze in 1943 wordt vermoord. Pas veel later worden haar dagboeken ontdekt en uitgegeven. In Het verstoorde leven is te lezen hoe deze jonge joodse vrouw opgroeit in oorlogstijd.

Beeld Etty Hillesum Men zou een ple

Tweede route door Deventer: Het Noordenbergkwartier

Van de Brink wandel ik naar het moderne Stadhuis op het Grote Kerkhof. Hier begint het tweede deel van mijn Deventer-wandeling.

Ik kom langs de Broederenkerk die in de 14de eeuw vaak bezocht werd door Geert Groote. Hij werd in 1340 in Deventer geboren en was de grondlegger van de Moderne Devotie. De kerk is een tweebeukige gotische hallenkerk.

Een bijzonder stukje van de wandeling vind ik de Stenenwal. Hier was al in de 9de eeuw de oudste Nederlandse stadswal. Ik wijk even van de uitgezette wandeling af naar de IJsselkade en sta stil bij het Holocaustmonument, een driehoekige steen met een diepe kloof erdoor. Ernaast staat de zin uit het dagboek van Etty Hillesum: Men zou een pleister op vele wonden willen zijn. Langs de IJssel heeft Etty vaak met haar ouders gewandeld.

Terug op het Grote Kerkhof kom ik langs het huis van de bekende drukker Jacob van Breda. Hier eindigt mijn Deventer-wandeling.

Wandelinspiratie hanzestad Lubeck hofje Aat van der Harst

Duitse Hanzesteden: Lübeck

Voor de meesten van ons is Noord-Duitsland niet echt een bekend vakantiegebied. Toch is er veel moois te zien, vooral in de oude Hanzesteden.

Ik reis naar Lübeck en begin mijn wandeling bij de Holstentor, een stadspoort uit de 15de eeuw en een voorbeeld van de middeleeuwse Baksteengotiek.
Ernaast is het bureau met toeristeninformatie en hier krijg ik een handzaam kaartje met een stadswandeling.
“Neem vooral een kijkje in de gangetjes en hofjes”, zegt de vriendelijke dame achter de balie. Dit blijkt een gouden tip te zijn, want anders waren ze me nauwelijks opgevallen.

Tussen de huizen lopen smalle gangen naar bijzonder sfeervolle achtertuinen van huizen en hofjes. Mijn eerste langere stop is in de Dom. Bij het bombardement van 1942 is veel verloren gegaan, waaronder het befaamde orgel waarop Buxtehude en Bach nog gespeeld hebben. De afgelopen jaren is de kerk prachtig nieuw opgebouwd en een bezienswaardigheid is de kansel.

Door schilderachtige stegen en langs een oude synagoge bereik ik het Willy Brandt Museum, dat vrij toegankelijk is. Het is een eerbetoon aan een groot politicus die hier opgroeide. Vóór de Tweede Wereldoorlog schrijft hij artikelen en pleit voor een ander en menselijker Duitsland. Zodoende moet hij vluchten als de oorlog begint. Na jaren in Zweden keert hij terug en wordt  burgemeester